Onze vierde man in Brussel

Bij de regionale verkiezingen van 7 juni jongsleden kreeg Robrecht Bothuyne maar liefst 12.699 voorkeurstemmen achter zijn naam en wist hij zich verzekerd van een zetel in het Vlaamse Parlement. Voor onze gemeente is dit een troef; het is van belang dat een man van de streek plaatselijke dossiers op hoger niveau kan introduceren en aankaarten.

Robrecht is niet de eerste Kruishoutemnaar die het tot in Brussel schopt. Ook in het verleden zond onze gemeente zijn politieke zonen uit richting hoofdstad, toen nog naar het nationale parlement. Theodoor Frans Van der Donckt (1795-1878) en Paul Tant zijn ongetwijfeld de meest illustere voorgangers; gedurende respectievelijk 26 en 24 jaren verdienden ze hun strepen in het parlementaire halfrond! Er is evenwel nóg een Kruishoutemnaar - in 2009 tussen de plooien van de geschiedenis gevallen en vergeten - die gedurende 8 jaar naar de Kamer van Volksvertegenwoordigers trok. Zijn naam: Edmond Van Brabandt (1837-1905).

Frans Jozef Theodoor van der Donckt 1795-1878

Theodoor Frans Van der Donckt (zie foto) werd op 15 augustus 1795 geboren te Oudenaarde. Als zoon van een vooraanstaande advocaat studeerde hij geneeskunde aan de Gentse Universiteit, vestigde zich als huisarts te Kruishoutem en trouwde er in 1821 met een jongedame van het gefortuneerde geslacht Vyvens uit Huise. In 1831, meteen na de oprichting van het Belgische Koninkrijk, werd hij hier schepen en in 1836 provincieraadslid. Hij bekleedde het burgemeestersambt te Kruishoutem vanaf 1848 tot zijn overlijden in 1878. Voordien had hij zich als dokter verdienstelijk gemaakt, ondermeer bij een cholera-epidemie die onze streek teisterde en talloze slachtoffers maakte (waaronder 3 geestelijken en 3 geneesheren). Het waren donkere tijden met mislukte aardappeloogsten, korenroest, een linnencrisis en vooral met veel werkloosheid, kindersterfte en hongersnood.

In 1852 werd Van der Donckt lid van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en in 1856 Ridder, later nog Officier in de Leopoldsorde. Volgens het verslag van een tijdsgenoot sloeg hij geen enkele plenaire of commissievergadering te Brussel over en stopte hij daarom zelfs met zijn artsenpraktijk, hoewel het lidmaatschap van de Kamer toen nog onbezoldigd was! Geen nood ; het familiefortuin kon wel tegen een stootje : Van der Donckt bezat een kasteel te Roborst, een herenhuis in de Wetstraat te Brussel - handig om uit te rusten na de slopende reis naar de hoofdstad met koets en paard - en 56 huizen en 244 hectaren grond in onze regio. Steeds volgens dezelfde bron gaf hij in de Kamer blijk van een brede belangstelling voor 's lands economie, landbouw en voor de Vlaamse Beweging. Hij bleef lid van de Kamer tot zijn dood in 1878.

Ook in Kruishoutem was Van der Donckt een bezige bij. Hij ijverde mee voor de bouw van de nieuwe kerk (1855), het nieuwe gemeentehuis en de gemeenteschool (1875). Hij zorgde voor de oprichting van de brandweer door o.a. twee draagbare pompen aan te kopen (1850). Het was op zijn initiatief dat in het oude gemeentehuis een weefschooltje werd ingericht (1871), wat hem toen trouwens heel wat nationale weerklank bezorgde. De man die zo rijk was als de zee diep, was als bestuurder een zeer economisch denkende manager avant la lettre, die elke frank twee keer omdraaide vooraleer hij hem uitgaf. Het ultieme bewijs daarvan leverde hij bij zijn overlijden te Kruishoutem op 16 september 1878. Toen hij op het nachtkastje naast zijn sterfbed twee brandende kaarsen zag staan, fluisterde hij zijn famous last words: "'t Zal wel goan mee één kisse, bloas moar ene uit.". Waarna hij het zelfde deed.

Na zijn dood werd hij in Brussel opgevolgd door een andere Kruishoutemnaar, Edmond Van Brabandt. Edmond was de 5 jaar oudere broer van Amedée Julien Van Brabandt, die burgemeester van Kruishoutem zou zijn van 1884 tot 1893. Net zoals Amedée en zijn andere broer Emile had Edmond een advocatenpraktijk in Gent. In 1878 had hij er al een carrière opzitten als katholiek provincieraadslid, waarbij hij zich dikwijls had opgesteld als een onafhankelijke geest tegen de mening in van de kopstukken van zijn eigen partij. In het Kruishoutemse weekblad 'De Veldbloem' van 28 september 1878 werden de kiezers aangeraden hun stem aan Van Brabandt te geven: "Onnodig hier uit te weiden over de hoog verdienstelijke hoedanigheden van den heer Edmond Van Brabandt : Als advocaat bezit hij eene ombetwistbare groote geleerdheid, als lid der Bestendige Deputatie heeft hij reeds meermaals in het verdedigen der belangen van het arrondissement Oudenaarde en inzonderheid van het kanton Kruishoutem, bewijzen zijner hooge bekwaamheid gegeven. De heer Van Brabandt heeft ook sedert lang ieders liefde weten te winnen door zijne volksgezindheid en zachtheid van inborst. De inwoners van Kruishoutem welke reeds hunne toegenegenheid jegens hem in de kiezing voor den Provincialen Raad getoond hebben, zullen hem met hunne stem vereeren, en fier zijn nogmaals een inwoner van Kruishoutem tot vertegenwoordiger in de Kamers te hebben.". Op 15 oktober 1878 werd Van Brabandt inderdaad verkozen in de Kamer, waar hij deel zou gaan uitmaken van de commissie voor de begroting. Hij werd herkozen in 1882 en bleef Kamerlid tot de verkiezingen van 8 juni 1886. Toen trok hij zich op 49-jarige leeftijd terug uit de politiek en wijdde zich aan zijn professionele loopbaan als advocaat aan de Gentse balie.

Onze derde vertegenwoordiger in het nationale parlement was Paul Tant. Geboren te Kruishoutem op 4 april 1945, behaalde hij de diploma's van maatschappelijk assistent aan de Sociale Hogeschool te Kortrijk en van licentiaat in de staatswetenschappen aan de Gentse universiteit. Op 1 januari 1977 werd hij op amper 31-jarige leeftijd burgemeester van Kruishoutem om dat onafgebroken te blijven tot in maart 2009. Zijn eerste stappen in de nationale politiek zette hij toen hij 36 jaar was. Hij zetelde in de Kamer een eerste keer van 1981 tot 1987 en een tweede maal van 1991 tot 2007. Tussendoor was hij gecoöpteerd senator van 1989 tot 1991. Van 1993 tot 1999 was hij fractieleider in de Kamer voor de CVP en van 1999 tot 2006 ondervoorzitter van de Kamer. Tevens was hij van 2003 tot 2006 voorzitter van de commissie bedrijfsleven en economie. Tijdens zowat zijn ganse parlementaire loopbaan was Tant lid van de commissies binnenlandse zaken en grondwetsherziening. Als gewezen docent grondwettelijk en administratief recht ging zijn belangstelling uit naar de organisatie van 'goed bestuur', lang voordat dit verkiezingsparlando werd. Kenschetsend daarvoor was zijn strijd tegen politieke overloperij op gemeentelijk vlak, wat leidde tot de 'Wet Tant', die de procedure vastlegde voor de benoeming van burgemeesters en schepenen.

Minder bekend is de rol die hij speelde bij de ondertussen gerealiseerde politiehervorming. Als fractieleider van de CVP slaagde hij erin een blauwdruk op tafel te leggen voor de toekomstige structuur van de te realiseren eenheidspolitie. Eerst werd hierop lauw gereageerd in de regering. Maar toen ontsnapte ene Dutroux .... Dit bracht de hervorming in een stroomversnelling en deed Premier Dehaene hals over kop teruggrijpen naar de CVP-plannen om de slagkracht van zijn regering te bewijzen ! De interesse van Paul Tant tenslotte voor de agrarische sector blijkt o.m. uit zijn inbreng bij de verlaging van de BTW in de sierteelt van 21 naar 6 %.

Onder zijn bewind als burgemeester ontwikkelde Kruishoutem zich van een ietwat ingedommeld plattelandsdorp tot een dynamische gemeenschap met een voorname nijverheidsen ambachtelijke zone en een infrastructuur, waarop vele gemeenten van gelijkaardige omvang alleen maar jaloers kunnen zijn.

Al met al zijn deze curricula vitae van de voorgangers van Robrecht Bothuyne indrukwekkend. Een erfenis waartegen het in de huidige tijdsgeest bijzonder moeilijk opboksen is. Politieke carrières van een dergelijke lange adem zijn schier onmogelijk geworden in een tijd waarin BV's - niet gehinderd door enig gebrek aan herseninhoud - vele kandidatenlijsten 'sieren'. Paul Tant hierover in 2008: "In een coalitie moet je altijd compromissen sluiten en water bij de wijn doen. Ook al geeft dat spel van 'geven en nemen' bij de kiezer een zekere wazigheid. Vandaag lijkt het onmogelijk om tot noodzakelijke compromissen te komen. Ten tweede willen niet alleen de politici, maar ook de partijen op ieder moment scoren. Het 'nu' regeert. In mijn jonge jaren kreeg je als parlementslid de tijd om te leren. Vandaag moet een beginner in de media komen of hij bestaat niet voor de mensen.". Een politieke les van een 'ervaren rot', die Robrecht ongetwijfeld niet links zal laten liggen.