In januari veel verdronken land, is goed voor de ganzen maar slecht voor de boerenstand, “Schijnt op Lichtmis de zon door de toren, dan komt erna nog zoveel kou als tevoren”, "Maart guur geeft een volle schuur”, en nog eentje om het af te leren:Aprilletje zoet, geeft nog wel eens een witte hoed”.

Jagers in de sneeuw - Pieter Breughel de Oudere (1565) (KNKN Webmuseum)

Jagers in de sneeuw - Pieter Breughel de Oudere (1565) (KNKN Webmuseum)

Welke weerspreuken zijn er te verzinnen voor deze winter? Zelden viel er meer regen en sneeuw. Zelden waren er meer vriesdagen. Carnavalsstoeten werden uitgeregend, wielerwedstrijden geannuleerd. ’t Is nog ’s een winter zoals vroeger, horen we zeggen. ‘t Zal wel. Die van 1962-1963 en van 1978-1979 waren inderdaad extreem. Maar voor de rest zijn winterprikken van alle jaren, van alle tijden. 

In het Kruishoutemse week- en annoncenblad ‘De Veldbloem’ was op het einde van de negentiende eeuw het weer meer dan eens een punt van aandacht. Ook toen dus al. In 1878 had onze gemeente trouwens haar eigen Frank Deboosere avant la lettre: “Volgens meester Nick zullen wij binnen deze maand maart nog wind, regen en sneeuw hebben. Op het einde stormweer, gevolgd door aanwas der waters. Rond 17 en 24 eenige afzonderlijke donderslagen.” (De Veldbloem, 16.03.1878).

Het slecht weer drukte op het gemoed van onze voorouders, zoveel is duidelijk. Maar hadden ze daar wel reden toe ? ‘De Veldbloem’ besloot één en ander in kaart te brengen: “Daar wij geheel het jaar niets anders gehoord hebben, als klagen van het slechte weder en bijzonderlijk van den regen, gelooven wij aan onze lezers aangenaam te zijn met hen een gedacht te geven over de luchtgesteldheid van ons gelukkig België. Ziet hier, volgens het jaarboek van het observatorium de aanlijsting van het weder gedurende de 365 dagen van het jaar 1877: 206 dagen regen, 17 dagen hagel, 19 dagen sneeuw, 17 dagen vorst, 24 dagen donder, 47 dagen smoor, 33 dagen overtrokken lucht, 2 dagen heldere lucht.” (De Veldbloem, 13.09.1879). Twee dagen zon in een gans jaar ! En wij zouden durven klagen !? 

Winter 1963: de bevroren branding van de Noordzee

Winter 1963: de bevroren branding van de Noordzee (JanVissersWeer.nl)

Maar, wanneer gaat het dan ’s eindelijk beginnen zomeren? Ook hier reikt de eindredacteur van ‘De Veldbloem’ een antwoord aan: “Een Duitsch spreekwoord zegt, dat men nooit regelmatige warmte mag verwachten totdat de 3 winterheiligen gevierd zijn, waarvan Sint-Servaas, den 13 mei, de laatste is. Zoo, eer dat het al effen en wel en gepast is in ’t regelmatig of normaal schoon weder, moet St. Servaas eerst zijnen dag hebben.” (De Veldbloem, 12.05.1877). Wat ons doet besluiten met de weerspreuk: “Na Servaas wordt de zomer baas”. Enfin, dat hopen we toch.

Tekst: Edwin De Borggraeve