donder en bliksem155 jaar geleden, op woensdag 5 juni 1861, om 16u00 in de namiddag tuurde boer Smyders te Lozer onverrichterzake en mee zijn handen diep in zijn zakken  door het raam naar het naderende onweer.

Toen sloeg het noodlot toe: “By het onweder van dezen namiddag, rond 4 uren, is den bliksem gevallen in het huys van den landbouwer F. De Smyter, te Lozer, toebehoorende aan baron Dellafaille, van Huysse. Na eerst een stuk van het bovenste der schouw afgenomen te hebben, is hy door den venster, waervoor den man de vrouw en een kleyn meysje stonden, in de keuken gekomen, heeft hy er een gedeelte van den haerd en den vloer opgebroken; van daer in de kamer, waer hy het slot eener kast afbrak en het bovenste deel afzette dat een Lieve Vrouwbeeld omver wierp en vervolgens het vensters uyttrok, na naby al de ruyten verbryzeld te hebben. Niemand heeft eenig leed bekomen ten zy den man, op zyn been, gelukkig dat er geen vuer gevat is, want anders was alles in asch gelegd, aldus de toch wel krakkemikkig schryvende reporter van het Aalsterse weekblad ‘Den Denderbode’ op 16 juni 1861.