kreperen van de honger

Halverwege de negentiende eeuw was Vlaanderen een achtergesteld gebied: werkloosheid, honger, drankzucht, ongeletterdheid, marginaliteit, hoge mortaliteitscijfers: het was het lot van het merendeel van de bevolking. Kruishoutem was geen uitzondering.

Een persverslag van 170 jaar geleden: “Deezer dagen kwam men den eerw. Heer pastor van Cruyshautem verwittigen dat eenen armen uytgehongerden man op het punt was van te bezwyken. Den agtbaeren geestelyken snelt naer den zielbraekenden, en heeft nauwelyks den tyd om hem het H. Olyssel toe te dienen. Onmiddellyk na dit H. sakrament der stervende te hebben ontvangen, is den ellendigen aen de gevolgen van den honger omgekomen. Van daer moest den pastor zich by eenen anderen uytgehongerden begeeven, om hem ook den laetsten troost van den godsdienst toe te dienen; maer, vooraleer den geestelyken aen de hut van de ongelukkigen was, ontving hy reeds de tyding dat nog een slagtoffer van den aengroeyenden voorspoed van Belgiën, het getal der uytgehongerde was gaen vermeerderen. Terzelvder tyd bragt men het berigt aen dat eenen derden uytgehongerden kwam te bezwyken. Dergelyke hertscheurende tooneelen ontvangt men dagelyks uyt verscheyde streeken onzer Vlaenderen.”  (Den denderbode, 23.05.1847).