Welkom!

… op de website van Hultheim, de heem- en geschiedkundige kring van Kruishoutem. Hier vindt u heemkundige en historische updates over Kruishoutem, de Marolle, Lozer, Nokere, Wannegem en Lede. De laatste info staat bovenaan, voor de oudere verslagjes scrolt u naar beneden.

 

N.a.v. openbare infrastructuurwerken werd dit jaar het centrum van Kruishoutem een tijdelijk onderzoeksterrein voor een archeologisch team van de Amsterdamse Universiteit, met Johan van Kampen als projectleider. Het woelde de bodem om op zoek naar sporen uit het verleden. Vooraf was reeds geweten dat de moerassige omgeving vanaf 1100 voor het eerst werd bewoond. Het plan hieronder van erevoorzitter Raoul De Bel toont aan dat de eerste Sint-Eligiuskerk met kerkhof (aangeduid in rood) anders georiënteerd was dan de actuele kerk (aangeduid in zwart). Locaties 3 en 4 waren een herberg en schepenzaal gebouwd tegen de kerkhofmuur.

centrum anno 1850

Tijdens de lente werd het vroegere markterrein onderzocht waar een 60-tal munten werd gevonden, alsook aanwijzingen voor de lokalisatie van een schandpaal (zie op plan van Raoul De Bel - locatie 5). Vervolgens - na een gedwongen corona-break - kwam het plein vóór het gemeentehuis in de scoop van de archeologen. Ze legden er de funderingen bloot van een herberg met schepenkamer (op het plan van Raoul De Bel - locaties 3 en 4). Het gebouw dateerde van de 17de eeuw en evolueerde tot in de 19de eeuw. De zuidelijke muur ervan was een onderdeel van de ommuring van het kerkhof omheen de toenmalige Sint-Eligiuskerk. Dit kerkhof werd maximaal benut. De eerste graven die de archeologen aantroffen, lagen tot tegen de muur van de herberg aangestouwd (zie linkse foto hieronder). De grond van het kerkhof werd trouwens verschillende keren opgehoogd. De oudste graven liggen daardoor veel dieper dan de latere. Op sommige plekken constateerden de onderzoekers maar liefst 10 begravingsniveau’s. Ruim 1.100 graven werden geborgen.

 opgravingen centrum 2020 1  opgravingen centrum 2020 2

Vrijdag 12 juni 2020. Foto links: archeologen deponeren op het vroegere kerkhof skeletten in plastic bags. De kerkhofmuur bevindt zich rechts van hen. Tegen deze muur aan werd rechts ervan de herberg met de schepenzaal aangebouwd. Op de foto rechts een deel van deze behuizing met op de voorgrond de kerkhofmuur (foto genomen richting gemeentehuis). Tussen de achterste bemuring en het gemeentehuis bevond zich de vroegere, smalle weg in Kruishoutem-centrum (foto’s Edwin De Borggraeve).

Een eerste gedetailleerd verslag van de opgravingen door projectleider-archeoloog Johan C.G. van Kampen vindt u in ons jaarboek 2020, dat volgende week verschijnt en te koop is à 30€ via overschrijving op rek.nr. BE05 0682 3409 4975. Voor bijkomende info: https://www.hultheim.be/index.php/publicaties/jaarboeken.

In 1807 wordt Kruishoutemnaar Bernard Levrau opgevorderd voor la Grande Armée  van Napoleon Bonaparte. Als 19-jarige knaap gaat hij scheep richting het Caraïbische eiland Martinique. Op 30 januari 1809 plaatsen de Engelsen daar een hevige aanval. Een maand later capituleren de Fransen. Meer dan de helft van de 3.000 Franse (en Vlaamse soldaten) zijn intussen gesneuveld.

The taking of the French island of Martinique in the French West Indies on Feby 24th 1809

The taking of the French island of Martinique in the French West Indies on Feby 24th 1809. Gekleurde houtgravure, gepubliceerd door G. Thompson, Londen, 17 juni 1809 (copyright National Army Museum Londen).

Bernard Levrau overleeft. Als krijgsgevangene wordt hij afgevoerd naar Engeland. Het schip waarop hij gevangen zit, blijft maandenlang dobberen in de haven van Plymouth, zonder de mannen aan wal te brengen. De omstandigheden zijn erbarmelijk: “De helft van de tijd geven zij ons voedsel dat zelfs honden zouden weigeren. De helft van de tijd is het brood niet gebakken en alleen maar goed om het tegen de muur te keilen. Het vlees lijkt wel mijlenlang door de modder te zijn gesleept. Tweemaal per week krijgen wij bedorven en gezouten eten: haringen op woensdag en kabeljauw op zaterdag. Verschillende keren hebben wij geweigerd dit te eten maar we kregen niets in de plaats. ‘Alles is goed genoeg voor een Fransman’ werd ons gezegd. Daarin ligt het motief van hun barbaarsheid “ …

Zal Bernard Levrau dit overleven? Welnu, dat verklappen we niet. U leest het in ons jaarboek dat binnen twee weken verschijnt in het artikel: “Een Kruishoutemnaar op wereldreis voor Napoleon. Uit het levensverhaal van elitesoldaat Bernard Levrau”, geschreven door Philippe Levrau.

Inschrijven kan nog: 30€/boek, op rek.nr. BE05 0682 3409 4975 van Hultheim met vermelding aantal jaarboeken + uw naam, voornaam en adres. Bij verzending per post: +10€. Kruishoutemse Kronieken: 15€/boek. Beschermleden: 50€ (waarvoor jaarboek + vermelding in jaarboek en op website).

In 1920 werd in een Grammens landbouwersgezin een tweeling geboren, Albert en Robert De Vos. Beide knapen bleken van kindsbeen af artistiek begaafd te zijn. Getuige hiervan zijn deze twee werkjes, die dateren van de jaren 1932-1933. Robert overleed op amper 13-jarige leeftijd.

Albert de Vos spoorwegtunnel bij deinze  Robert de vos kerk grammene

Naar de natuur, links: Albert De Vos (spoorwegtunnel bij Deinze), rechts Robert De Vos (kerk Grammene) (copyright Hultheim - fotografie Carl Delacauw)

Broer Albert werd priester gewijd in 1945. In 1968 werd hij pastoor benoemd in Wannegem, in 1983 ook in Lede. ‘Voske’ was niet zomaar een parochiepriester. Hij was dichter, filosoof, kunstenaar, cultuurflamingant, Schiller en Goethekenner, levensgenieter, sigarenroker, schilder, wijnkenner, voordrachtgever, en vooral mens tussen zijn mensen. Hij overleed in 2005. Hij rust sindsdien dicht bij zijn Sint-Machutuskerk op een boogscheut van de pastorie waar hij 37 jaren heeft gewoond.

Roland Broekaert schreef voor het Hultheim-jaarboek 2020 een hommage-artikel over pastoor Albert De Vos. Het artikel wordt geïllustreerd met tot heden ongekende tekeningen en schilderijen van Albert, maar ook van zijn broer Robert.

Wees er rap bij! Voorinschrijven kan nog tot woensdag 25 november: 28€/boek, op rek.nr. BE05 0682 3409 4975 van Hultheim met vermelding aantal jaarboeken + uw naam, voornaam en adres. Vanaf donderdag 26 november: 30€/boek. Bij verzending per post: +10€. Kruishoutemse Kronieken: 15€/boek. Beschermleden: 50€ (waarvoor jaarboek + vermelding in jaarboek en op website).

In 1866 werd bedelarij en landloperij vervolgbaar. Wie op straat kwam, moest genoeg geld bij zich hebben om minstens een brood te kopen, op straffe van vrijheidsberoving. De gearresteerde werd binnen de 24 uren voor de rechter gebracht en doorverwezen naar een landloperskolonie voor een periode die kon oplopen tot meerdere jaren. Voor vrouwelijke zwervers was het opvangcenter gevestigd te Brugge. Daar moesten ze zich verdienstelijk maken en konden ze een cent bijverdienen door het opknappen van klusjes en huishoudelijke taken.

Landloperskolonie 1  Landloperskolonie 2

Landloperskolonie voor vrouwen in de Brugse Werkhuisstraat, links keuken, rechts washuis (http://www.bloggen.be/refuge/).

Een Kruishoutemse mocht 115 jaar geleden haar valies pakken, richting Werkhuisstraat te Brugge: “Reckem - Landlooperij - De gendarmen, op dienst alhier, hebben uit hoofde van landlooperij de genaamde Eulalie Deruyck aangehouden, landwerkster van beroep, oud 50 jaar, woonachtig te Cruyshautem. Zij is veroordeeld door den vrederechter van het kanton Meenen, tot opsluiting in een toevluchthuis voor eenen onbepaalden tijd.” (Gazette van Brugge - 30.10.1905).

Zie ook en lees bij: DE LOENZIEN Hervé, Nokerse vagebonden, jaarboek Hultheim 2018, p.73-81.

Op 11 november herdenken we de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog. WO I eiste een zware dodentol, zowat 8,5 miljoen mensen, burgers en soldaten. Maar in 1918, het laatste oorlogsjaar, kwam er een killer  bij die nog veel harder toesloeg: de Spaanse griep.

Amerikaans gezin beschermd tegen spaanse griep 1918

Een Amerikaans gezin beschermt zich in 1918 tegen de Spaanse griep met mondkapjes. Zelfs de kat draagt een masker (copyright Nederlands Dagblad).

Het virus arriveerde in golven. De eerste in de zomer van 1918 maakte weinig slachtoffers. De tweede in het najaar was dramatischer. Het begon met hoge koorts, hoesten, spier- en keelpijn, gevolgd door extreme moeheid en flauwten. Men verloor zoveel energie dat men niet meer kon eten en drinken. De ademhaling werd moeilijker en binnen enkele dagen trad de dood in. De pandemie trof vooral jonge volwassenen. Toen de oorlog op 11 november 1918 eindigde en soldaten naar hun land terugkeerden, werden ze overal feestelijk onthaald. Door deze wereldwijde massabijeenkomsten verspreidde het virus zich razendsnel. De meest voorzichtige schattingen komen op 20 tot 40 miljoen doden.

Er bestaan minstens drie theorieën over de oorsprong van de epidemie. Sommige onderzoekers zoeken de oorzaak in een gemuteerd varkensvirus uit - jawel - China, dat via Chinese spoorwegarbeiders in de VS belandde. Een tweede theorie is dat een vogelvirus spontaan muteerde in Fort Riley, Kansas. In dit fort fokte men kippen en varkens voor eigen gebruik. Een kok zou besmet zijn geraakt door de aandoening, die van kippen via varkens naar de mens werd overgedragen. Door mutatie ging de besmetting vervolgens van mens naar mens. Volgens een derde theorie zou de griep voor het eerst zijn waargenomen in een Brits legerhospitaal in het Noord-Franse Étaples, waar artsen einde 1916 een uitbraak van 'etterige bronchitis' constateerden.

Pas in het voorjaar van 1920 verdween de pandemie even mysterieus als ze gekomen was. Een vaccin werd niet gevonden.